Afstandsbediening wordt gebruikt om transformatorstations, elektriciteitscentrales en HVDC-centrales te besturen. Voor deze systemen wordt meestal gebruik gemaakt van datacommunicatie via het elektriciteitsnet, gekend als PLC, zodat de signalen grote afstanden kunnen overbruggen.
Soms is het nodig om machines vanop afstand te besturen, bijvoorbeeld bij noodsituaties met radioactieve of giftige stoffen. Na de ramp in Tsjernobyl werden robots op afstandsbediening ingezet om gevaarlijke stoffen te liquideren.
In de Eerste Wereldoorlog maakte de Kaiserliche Marine, de Duitse zeemacht dus, gebruik van elektronische motorbootjes op afstandsbediening. Deze bootjes droegen een sterk explosieve lading, en konden snelheden halen tot 30 knopen.
Ook het Rode Leger van de Sovjet-Unie maakte bij de Winteroorlog tegen Finland in de jaren ’30 gebruik van teletanks op afstandsbediening. Zo’n teletank werd via radiosignalen bestuurd vanuit een controletank, die zich op afstanden tot anderhalve kilometer kon bevinden.
Afstandsbediening wordt ook gebruikt in de ruimtevaart. Zo werden de Russische ruimtewagentjes van het Lunokhod-project vanop aarde bestuurd. Gezien de enorme afstand tussen de aarde en de maan, was er uiteraard een tijdsverschil tussen het versturen en ontvangen van het signaal. Afstandsbediening op grotere afstanden is voorlopig dan ook technisch onhaalbaar.
De eerste officiële draadloze controller was de WaveBird voor de Nintendo Gamecube. In de daaropvolgende generatie spelletjesconsoles, werden draadloze controllers standaard op de Xbox 360, de PlayStation 3 en de Nintendo Wii.
Er bestaat veel speelgoed dat werkt op afstandsbediening: race-autootjes, bootjes en zelfs kleine vliegtuigjes kunnen vanop afstand bestuurd worden.